Zoals je ondertussen misschien weet, verwijst “burgerparticipatie” naar het proces om burgers te laten participeren in het publieke besluitvormingsproces.

Wanneer het over burgerparticipatie gaat, bepaalt de overheid meestal in welke mate rekening wordt gehouden met de meningen van burgers. Niet alle vormen van inspraak zijn namelijk gelijk. (Er zijn heel wat verschillende manieren om burgers te laten deelnemen aan het beleid, en je vindt zeker een methode die bij je past).

Het participatieniveau is onlosmakelijk verbonden met de hoeveelheid vertrouwen tussen burgers en hun overheden. Hoe meer burgers gevraagd (en vertrouwd) worden om deel te nemen, hoe meer vertrouwen ze zullen hebben in de legitimiteit van de administratie en diens vermogen om beslissingen te nemen in naam van het algemeen belang. Aan de andere kant zijn de hogere niveaus van de participatieladder vaak moeilijker te organiseren. De lagere niveaus worden meestal geassocieerd met methoden die massale deelname met minimale betrokkenheid (zoals stemmen of commentaar) aantrekken, zoals stemmingen of reacties. De hogere participatieniveaus zijn vaak gelinkt met een diepgaandere en kleinschaligere deelname, zoals een burgervergadering.

Opiniemaker Stephen Boucher gelooft dat burgerparticipatie alleen maar vooruit kan gaan. Beginnen met de laagste participatieniveaus zal je volgens hem automatisch helpen om hoger op de ladder te komen:

Eenmaal het geïmplementeerd is, is burgerparticipatie een proces dat alleen vooruit kan gaan. Kijk naar de stad Parijs: participatie begon er op kleine schaal met open fora en suggestieboxen, om dan te evolueren naar grotere en meer zinvolle participatieprocessen, zoals burgerbegrotingen en de crowdsourcing van burgerprojecten. Deze progressieve dynamiek is inherent aan de belofte van raadpleging.

Stephen Boucher, opiniemaker

Het is ons doel om de hoogste niveaus van participatie net zo inclusief en grootschalig te maken als de laagste niveaus gewoonlijk zijn, en dat is waar digitale tools een groot verschil kunnen maken. Maar laten we eerst de vijf verschillende niveaus van burgerparticipatie wat verder uitdiepen, en bekijken hoe die er in het digitale tijdperk uit kunnen zien.

1. Informatie

informing

Wat? Dit is het laagste niveau van burgerparticipatie. De overheid houdt burgers op de hoogte over hun rechten en verantwoordelijkheden, en engageert zich om burgers relevante informatie te verstrekken. Dit betekent ook dat burgers updates krijgen over genomen beslissingen, wat het publieke bewustzijn versterkt.Men zou kunnen zeggen dat dit niveau als primair doel heeft om bewustwording bij het publiek te creëren.

Hoe? Deze communicatie gebeurt traditioneel via de pers, pamfletten, posters en websites. In de online wereld betekent dit eerste participatieniveau vaak dat het bestuur relevante informatie op de website van de stad plaatst.

Nadeel? Het louter informeren van de burger komt neer op éénrichtingsverkeer. Er is geen echte manier voor burgers om te onderhandelen of om feedback te geven. Bovendien is de verstrekte informatie vaak niet diepgaand genoeg, wat uiteindelijk het vertrouwen niet stimuleert of burgers niet aanzet om te participeren. Om vertrouwen op te bouwen is een meer participatief proces aanbevolen.

Voorbeeld? De Franse gemeente Rueil-Malmaison gebruikte haar participatieplatform om de gemeenschap te informeren over bedrijfs- en isolatiemaatregelen tijdens de COVID-19 lockdown.

2. Consultatie

consulting

Wat? Naast het informeren van het publiek kan de overheid ook om feedback vragen over bepaalde beslissingen en beleidsmaatregelen. Dit geeft burgers het gevoel dat hun mening gehoord en gewaardeerd wordt. Helaas valt het moeilijk te meten in hoeverre er daadwerkelijk rekening wordt gehouden met wat burgers vinden. Consultatie kan een waardevol instrument zijn als de feedback van burgers leidt tot actiebereidheid en beleidswijzigingen, maar als dat niet het geval is, is het vaak niet meer dan een rookgordijn om beslissingen te valideren.

Hoe? Het consulteren van burgers kan gebeuren via ideatieprojecten, enquêtes, offline buurtbijeenkomsten, openbare hoorzittingen en focusgroepen. In het digitale tijdperk betekent burgerconsultatie dat burgers ten minste toegang hebben tot een online platform om hun ideeën te communiceren. De meest elementaire vorm van online raadpleging is de lancering van een enquête.

Nadeel? Het grootste nadeel van deze methode is het gebrek aan zekerheid dat de burger uiteindelijk wordt gehoord. Te vaak wordt de effectiviteit van een burgerconsultatie nog gemeten aan de hand van het aantal burgers dat naar vergaderingen komt of moeilijk vindbare vragenlijsten invult. Dit maakt het voor steden moeilijker om bepaalde maatschappelijke groepen te bereiken, zoals jongeren of mensen met een drukke agenda.

Voorbeeld? De Belgische stad Kortrijk lanceerde een uniek digitaal referendum om haar inwoners te raadplegen over de invoering van een maandelijkse autoloze zondag. Dit werd wel voorafgegaan door een grondige informatiefase om ervoor te zorgen dat de burgers weloverwogen beslissingen konden nemen.

3. Betrokkenheid

involving

Wat? Betrokkenheid betekent dat burgers een grotere invloed hebben op de publieke besluitvorming. In deze derde fase heeft het publiek meer inspraak in de finale beslissing, maar uiteindelijk beslist de overheid hoe ze rekening houdt met de adviezen van burgers. Toch wordt de stem van de burger in deze fase gehoord en overwogen.

Hoe? Burgers betrekken kan via besturen, advies- of planningscommissies en (online) workshops. In het digitale tijdperk gaat het betrekken van burgers verder dan alleen het polsen naar hun mening; er is dus tweerichtingsverkeer. Vaak wordt een stemmingsmechanisme gebruikt, zodat burgers elkaars ideeën kunnen beoordelen.

Nadeel? Op dit niveau ligt de macht nog steeds bij de overheid. Ook al wordt er rekening gehouden met de ideeën van burgers, de overheid kan altijd de haalbaarheid van een idee betwisten en besluiten het niet uit te voeren.

Voorbeeld? Een goed voorbeeld van de betrokkenheidsfase is de burgerbegroting. Burgers (een deel van) het stadsbudget laten toewijzen is een goede manier om hen bij de besluitvorming te betrekken en meer vertrouwen, legitimiteit en transparantie op te bouwen.

4. Samenwerking

collaborating

Wat? Op dit participatieniveau wordt de macht verdeeld tussen de overheid en burgers, alsof ze partners zouden zijn. De overheid en haar burgers werken samen aan haalbare oplossingen en co-creëren de stad waarin ze wonen en werken. Van planning tot uitvoering werken beide partijen samen en nemen ze beslissingen waar iedereen achter staat.

Hoe? Deze vorm van participatie kan georganiseerd worden via gezamenlijke beleidsraden, burgeradviescommissies of online participatieplatformen. In vergelijking met betrokkenheid zorgt samenwerking ervoor dat burgers en het bestuur feedback kunnen geven op elkaars ideeën. Burgers plaatsen ideeën, geven feedback op de ideeën van andere burgers, en ook de overheid geeft feedback op die gedeelde ideeën. Dit lijkt in het begin misschien omslachtig, maar met een tool als het CitizenLab-platform kan dit proces grotendeels geautomatiseerd worden.

Nadeel? Hoe meer meningen er zijn om rekening mee te houden, hoe trager het besluitvormingsproces kan verlopen. Een online participatieplatform kan een geweldige manier zijn om grote aantallen uiteenlopende ideeën op een efficiënte manier te verwerken.

Voorbeeld? De Oostenrijkse stad Linz lanceerde een functie voor burgervoorstellen, waarmee burgers hun ideeën over een bepaald onderwerp op elk moment met de stad kunnen delen.

5. Emancipatie

empowerment

Wat? Op het hoogste niveau van burgerparticipatie ligt de eindverantwoordelijkheid voor de besluitvorming bij de burgers, en niet bij de overheid. In dit scenario hebben burgers vaak een vetorecht, wat betekent dat de overheid de beslissingen van burgers moet uitvoeren.

Hoe? Burgerjury’s, stembiljetten en gedelegeerde besluiten zijn populaire manieren om burgers mondig te maken. Vanuit een online perspectief is de empowerment van burgers actiegericht. Het biedt het hen de tools om met de uitvoering te beginnen.

Nadeel? Empowerment staat voor het hoogst mogelijke niveau van burgerparticipatie, maar dit wordt zelden bereikt. In de praktijk zijn er veel middelen nodig om zo’n uitgebreide vorm van participatie te kunnen realiseren.

Voorbeeld? Het hoogste niveau van participatie vinden we in de burgervergadering, een methode van diepgaand overleg dat vaak wordt beschouwd als “de toekomst van participatie”.

De 5 participatieniveaus hebben elk hun eigen doelen en sterktes. En hoewel we er altijd naar moeten streven om zo hoog mogelijk op de participatieladder te staan, combineert een echt geslaagd participatieproject vaak verschillende niveaus en deelnamemethoden op één platform.

Participatie was nooit zo makkelijk

Burgerparticipatie kan op verschillende niveaus worden geïmplementeerd, en dit steeds met verschillende doelen en resultaten. Een effectief participatieproces versterkt het vertrouwen tussen burgers en hun bestuur, en is dan ook gunstig voor beide partijen. Benieuwd hoe participatie in jouw gemeente zou kunnen werken? Neem dan contact met ons op!


Bronnen: E-Participation Index by UNPACS (2014), Ladder of Citizen Participation by Arnstein (1969)

There are currently no comments.