Bijna exact 3 jaar geleden publiceerden we dit (Engelstalige) artikel. De titel? “België heeft een probleem met burgerparticipatie.”

Een gewaagde titel, en dat was nog maar het begin. Het artikel legde een aantal redenen bloot waarom onze complexe driestaat pijnlijk achterop bleef hinkelen op vlak van democratie en burgerparticipatie, of toch in vergelijking met onze buurlanden. Het complexe kiesstelsel zorgde op zich al voor een lauwe politieke belangstelling. Dat, in combinatie met de typisch Belgische voorkeur voor continuïteit (“doe stille voort”), zorgde voor een democratische rangschikking die tot de laagste in West-Europa behoort. Auw.

Drie jaar later is het tijd om de score op te maken. Hoe zijn de zaken geëvolueerd sinds we dit artikel publiceerden? Is België nog steeds de stoute leerling onder de gevestigde Europese democratieën? Wat zeggen de cijfers?

Het verdict: een “gebrekkige” democratie

Ons laatste artikel is gebaseerd op gegevens uit het 9e Democratie-Index-rapport van The Economist, dat een kritische blik werpt op de toestand van de wereldwijde democratie tot het jaar 2016. Volgens dit rapport behaalde België de 35ste plaats op de wereldwijde democratie-index, en strandde het dus lager dan landen als India, Botswana en de Verenigde Staten aan het begin van het Trump-tijdperk. Daarmee is België het laagst gerangschikte land van West-Europa.

Als we drie jaar later naar de 12e editie van de Democratie-Index kijken, zien we dat België nu op de 33e plaats staat. Goed, dat is zeker, maar het valt nauwelijks een overwinning te noemen. Met Italië op de 35ste plaats zijn we niet langer het enfant terrible van West-Europa. Maar naast onze verbeterde rangschikking geven de cijfers ons niet veel reden om te vieren. De politieke participatie (waaronder het partijlidmaatschap, de aansluiting bij de NGO’s van het maatschappelijk middenveld, de algemene belangstelling voor de politiek) is gestagneerd op 5,00 van de 10,00: een pijnlijk lage score.

Als we West-Europa wat meer in detail bekijken zien we bovendien dat België nog steeds gedefinieerd wordt als “een gebrekkige democratie.” Dit betekent dat er wel vrije verkiezingen en fundamentele (en beschermde) burgerlijke vrijheden zijn, maar dat “er aanzienlijke tekortkomingen zijn in andere aspecten van de democratie, zoals bestuursproblemen, een onderontwikkelde politieke cultuur en een laag niveau van politieke participatie.” Buurlanden Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg worden allemaal beschouwd als “volwaardige” democratieën.

Volgens deze cijfers doet België het niet veel beter dan 3 jaar geleden. Maar hoe komt dit precies?

Een globale democratische crisis

In de eerste plaats is het belangrijk om weten dat de Democratie-Index van 2019 de slechtste gemiddelde globale score opleverde sinds het begin van deze rapporten in 2006. Het is dus niet alleen dat België slecht is in democratie, maar ook dat de democratie het overal ter wereld moeilijk heeft, en het dus moeilijker dan ooit is om haar te versterken.

Een van de belangrijkste redenen voor de pijnlijke “gebrekkige democratie”-score voor België is het lage vertrouwen van burgers in de traditionele partijen. Dit dient als wind onder de vleugels van anti-establishmentpartijen en -groepen, en leidt tot fragmentatie en polarisatie. Dit brengt op zijn beurt problemen met zich mee, zoals “moeilijkheden bij het vormen van een regering, wat leidt (…) tot ongemakkelijke coalities of regeringen die, eens gevormd, het moeilijk hebben om stabiel en effectief te blijven.”

De Belgische federale verkiezingen van mei 2019 splitsten het land in tweeën. Dit zette de politieke verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië in de verf en creëerde zo een voedingsbodem voor extremistische bewegingen. België wordt immers doorkruist door sociale, taalkundige en politieke breuklijnen die een ingrijpend effect hebben op het politieke landschap. Op het moment van schrijven van dit artikel is België er nog steeds niet in geslaagd een levensvatbare coalitie te vormen en ontbreekt het dus nog steeds aan een stabiele federale regering.*

In een context van democratisch verval wordt burgerparticipatie vaak aangehaald als de beste manier om het vertrouwen tussen burgers en hun regeringen te herstellen. Het zorgt ervoor dat burgers betrokken worden bij het lokale beleid, hun mening kunnen delen over lokale beleidsonderwerpen en zo mee kunnen sturen welke prioriteiten op de politieke agenda komen. Enquêtes, burgerbegrotingen, ideevorming en opiniepeilingen zijn slechts enkele methoden voor overheden en burgers om hun omgeving te co-creëren. Maar het gebrek aan een federale overheid maakt het voor de Belgen moeilijk om te pleiten voor meer transparantie en participatie op federaal niveau. En bovendien is er ook een historische gevoeligheid die een rol speelt.

Burgerconsultatie gone wrong: de Koningskwestie

Burgerparticipatie heeft over het algemeen een tastbare positieve impact. Maar er zijn enkele zeldzame gevallen waarin het misloopt. En als we in de geschiedenisboeken duiken, zien we dat een van de meest beruchte voorbeelden de fundamenten deed wankelen van —  je raadt het al —  België.

In 1950 was België in de ban van de Koningskwestie. 18 dagen nadat Nazi-Duitsland België binnenviel in 1940 (ondanks een verklaring van neutraliteit), beval koning Leopold III het leger zich over te geven, uit vrees voor een Duitse overwinning. Deze beslissing stond haaks op de wensen van de regering, die vastbesloten was de strijd met de Franse en Britse geallieerden voort te zetten. De regering ontnam de koning zijn grondwettelijke bevoegdheden: als ‘gevangene’ zou hij namelijk niet in staat zijn om te regeren. Vier jaar lang leefde Leopold als formeel gevangene in zijn kasteel in Laken, waar hij door de Duitsers hoffelijk werd behandeld. In 1944 werd hij gedeporteerd naar Duitsland, waar hij een jaar later door de geallieerden werd bevrijd.

Na de oorlog werd het publieke debat verdeeld door een prangende vraag: kon Leopold III zijn koninklijke functie opnieuw opnemen? Leopoldisten prezen het vermeende doel van de koning om bloedvergieten te voorkomen. Maar anti-Leopoldisten bekritiseerden het gedrag van de koning, dat als het al geen collaboratie kon worden genoemd, toch getuigde van een defaitisme dat niet alleen ongrondwettelijk was, maar ook een koning onwaardig was. De regering besloot zich tot haar volk te wenden en een nationale burgerraadpleging te houden om te beslissen of de Koning al dan niet kon terugkeren.

Al snel bleek dat de resultaten van de raadpleging grotendeels samenvielen met de bestaande politieke en taalkundige breuklijnen. Terwijl 58% voor de Koning had gestemd, kwamen de meeste van deze stemmen uit katholiek Vlaanderen. In Vlaanderen steunde 78% de terugkeer van de Koning, in schril contrast met slechts 48% in Brussel en 42% in Wallonië.Dit zou de Koning aanvaardbaar maken voor slechts één politieke partij en in slechts één deel van het land.

De resultaten van het overleg leidden tot sociale onrust. Gewelddadige protesten eisten levens en het land stevende af op een burgeroorlog. Uiteindelijk had Leopold III geen andere keuze dan af te treden ten gunste van zijn jonge zoon Boudewijn. De meerderheid had zich uitgesproken, maar de realiteit was luider geweest.

Burgerparticipatie in België: een rooskleurige toekomst

De koningskwestie had het land op zijn grondvesten doen daveren, en burgeroverleg bleef dan ook nog lange tijd een gevoelige plek voor de Belgen. De kans dat België op dat vlak een democratische modelleerling zou worden was, op zijn zachtst gezegd, klein. Ook vandaag is het land nog sterk politiek en sociaal verdeeld. Die verdeeldheid werd onder meer uitgehold door dat historisch gevoelige volksreferendum.

Laten we dat dus even wat meer in detail bekijken. Overal ter wereld hebben democratieën het moeilijk om het vertrouwen te winnen. De crisis die we nu doorstaan is misschien wel de meest fundamentele crisis van de democratie sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. België moet deze crisis doorploeteren terwijl het niet alleen verzwakt is door de heropleving van historische verschillen, maar ook ernstig gedesoriënteerd door het ontbreken van een federale regering. Een uitdaging kan nooit kwaad, maar het lijkt moeilijk voor België om deze crisis het hoofd te bieden.

Als we met deze achtergrondinformatie terugkijken naar de Democratie-Index lijkt onze status als “gebrekkige democratie” plots een stuk logischer en begrijpelijker. Maar er zijn wel duidelijke aanwijzingen dat België, ondanks het feit dat we het schijnbaar niet veel beter doen dan drie jaar geleden, de boodschap wel degelijk heeft ontvangen. In de straten, op de pleinen en in de steden is de verandering wél een feit. In de afgelopen drie jaar hebben nieuwe en innovatieve participatieprojecten een frisse wind door het land doen waaien.

In veel opzichten heeft België zelfs een pioniersrol op zich genomen in het experimenteren met democratische innovatie. De Belgische Duitstalige gemeenschap verraste vriend en vijand met de invoering van het Ostbelgien-model. De stad Kortrijk daagde de erfenis van de Koningskwestie uit en lanceerde het allereerste digitale referendum van het land. De Kamer stimuleerde burgerinitiatieven door het petitierecht te herzien. En, last but not least: de Vlaamse regering herschikte het democratische landschap door participatiekaders op poten te zetten. Laten we elk van deze veelzeggende voorbeelden even onder de loep nemen.

1. Het Ostbelgien-model toont de wereld hoe het moet

Dit nieuwe systeem brengt democratie een stapje verder. Met aan de basis een loterijsysteem—wat Aristoteles beschouwde als “echte” democratie, in tegenstelling tot verkiezingen (wat hij als “oligarchie” beschreef) —kreeg het (…) enthousiaste feedback van participanten, verkozen vertegenwoordigers, en inwoners.”

De Belgische Duitstalige gemeenschap mag dan klein zijn, het zet grote stappen voorwaarts op vlak van democratische innovatie.

Dit vaak vergeten hoekje België is de eerste plaats ter wereld om permanente burgerparticipatie te consolideren naast de traditionele machten. De Bürgerrat is een roulerende burgerraad die de agenda zet en bepaald welke vraagstukken zij belangrijk vinden. Ze beslissen over de omvang en de duur van een complementaire burgerraad die de zaak onderzoekt en overweegt, en uiteindelijk een advies uitwerkt. Deze tijdelijke raad bestaat uit 50 burgers die aan de hand van een loterij worden getrokken, zoals ze bijvoorbeeld voor een jurydienst gekozen zouden worden. De aanbevelingen van deze raad worden uiteindelijk voorgelegd aan en besproken in het Parlement.

Het Ostbelgien Model consolideert burgerparticipatie in het politieke systeem.

Mensen staan te popelen om hun ideeën te delen, en ze hebben heel wat levenservaring die handig van pas komt in het Parlement. Het is een win-win,” schrijft The Economist. En een win voor België ook, dus!

2. Het eerste digitale referendum in Kortrijk

In oktober 2019 bewees de Vlaamse stad Kortrijk dat de Koningskwestie voorgoed begraven is. De stad besloot de inwoners om hun mening te vragen over de invoering van een maandelijkse autoloze zondag in het stadscentrum. Dat gebeurde via een digitaal referendum, het allereerste in België.

De inwoners van de stad die 16 of ouder zijn, hadden een week de tijd om te stemmen via het online platform. Om de uitslag bindend te maken moesten er minimaal 2.000 deelnemende burgers zijn, en hoorde er een verschil van 2,5% tussen de ‘ja’- en ‘nee’-stemmen te zitten. De stad Kortrijk zette een uitgebreide informatiecampagne op poten om ervoor te zorgen dat inwoners de opties konden afwegen en een geïnformeerde beslissing konden nemen.

Uiteindelijk bereikte de stad een indrukwekkende participatiegraad van 16%. Met een totaal van 10.000 van de 60.000 inwoners die hun stem uitbrachten klonk het verdict luid en duidelijk: nee tegen autoloze zondagen, ja tegen burgerbetrokkenheid.

3. De Kamer herziet het petitierecht

In België bestond het federale petitierecht al, zij het in beperkte vorm. Elke burger had het recht om een brief te schrijven aan de Kamer om een klacht te formuleren, een suggestie te doen of commentaar te geven op een bepaald publiek onderwerp. In de praktijk leidden deze brieven echter vaak niet tot concrete veranderingen.

Met het nieuwe systeem kan iedere burger die 25.000 handtekeningen verzamelt een onderwerp op de agenda van de Kamer zetten. De voorwaarde: deze 25.000 handtekeningen moeten de 3 Belgische gewesten vertegenwoordigen (14.500 Vlaamse handtekeningen, 8.000 uit Wallonië, 2.500 in Brussel), en moeten behoren tot burgers die 16 jaar of ouder zijn.

Het is de bedoeling om het petitierecht om te vormen tot een toegankelijk instrument voor burgerinitiatieven, en om burgers zo meer te betrekken bij de federale besluitvorming. Hoewel dit misschien niet zo’n innovatief geval is als de andere twee (de meeste van onze buurlanden hebben immers al een gelijkaardig petitierecht), is het toch een grote stap in de richting van een meer burgergeoriënteerde en representatieve democratie.

4. Een kader-akkoord dat burgerparticipatie verstevigt

De Vlaamse regering heeft besloten om burgerparticipatie bovenaan de prioriteitenlijst te zetten. Door kaderovereenkomsten te sluiten met distributeurs van participatieplatformen, wordt het voor Vlaamse gemeenten veel eenvoudiger om een participatieproject op te starten. Lokale overheden zullen niet langer een lang en moeizaam goedkeuringsproces moeten doorlopen om aan de slag te gaan met digitale participatie.

Deze overeenkomsten duren 4 jaar, en laten dus duidelijk zien dat de Vlaamse overheid bereid is te investeren in de toekomst van de participatie. Zo lijken de lokale politieke structuren de leegte van de federale overheid op te vullen.

België is de schildpad, niet de haas

Laten we voor onze conclusie terugkomen op onze eerste vraag. Is België een democratischere en meer participatieve staat dan 3 jaar geleden? Als we naar de cijfers kijken, zouden we nee moeten zeggen. Maar ondertussen hebben we ook gezien dat België een uniek geval is. Het gaat niet alleen om de spelletjes die we hebben gewonnen, maar ook om de kaarten die we hebben gekregen, en hoe we de zaken onder de oppervlakte hebben verbeterd.


There are currently no comments.