Elk jaar werpt The Economist een blik op de staat van onze wereldwijde democratieën. En elk jaar komt België in de categorie “gebrekkige democratieën” terecht. Hoe komt dat precies?

België. Een bizar landje zijn we, met ons complexe politieke moeras, hakkelige drietaligheid en aangeboren “doe stille voort“-attitude. We worden doorkruist door sociale, taalkundige en politieke breuklijnen die een ingrijpend effect hebben op het politieke landschap. Bovendien worden we getypeerd door een lauwe politieke belangstelling en nonchalante Belgitude.

Volgens de Democratie-Index 2020 van The Economist levert dat alles ons een zeer matige 36ste plaats op. Ter illustratie: daarmee stranden we lager dan landen als Israel, Botswana en de VS aan het eind van het Trump-tijdperk. De politieke participatie (waaronder het partijlidmaatschap, de aansluiting bij de NGO’s van het maatschappelijk middenveld, en de algemene belangstelling voor de politiek) is gestagneerd op 5,00 van de 10,00: een pijnlijk lage score.

Als we West-Europa in detail bekijken zien we dat België gedefinieerd wordt als “een gebrekkige democratie.” Dit betekent dat er wel vrije verkiezingen en fundamentele (en beschermde) burgerlijke vrijheden zijn, maar dat “er aanzienlijke tekortkomingen zijn in andere aspecten van de democratie, zoals bestuursproblemen, een onderontwikkelde politieke cultuur en een laag niveau van politieke participatie.” Buurlanden Nederland, Duitsland en Luxemburg worden daarentegen wel beschouwd als “volwaardige” democratieën.

Een globale democratische crisis

In de eerste plaats is het belangrijk om weten dat de Democratie-Index van 2020 de slechtste gemiddelde globale score opleverde sinds het begin van deze rapporten in 2006. De uitbraak van de Covid-19 pandemie versnelde een reeds negatieve evolutie met een massale beperking van onze burgerlijke vrijheden over de hele wereld. Het is dus niet alleen dat België slecht is in democratie, maar ook dat de democratie het overal ter wereld moeilijk heeft.

In een context van democratisch verval wordt burgerparticipatie vaak aangehaald als de beste manier om het vertrouwen tussen burgers en hun regeringen te herstellen. Het zorgt ervoor dat burgers betrokken worden bij het lokale beleid, hun mening kunnen delen over lokale beleidsonderwerpen en zo mee kunnen sturen welke prioriteiten op de politieke agenda komen. Enquêtes, burgerbegrotingen, ideevorming en opiniepeilingen zijn slechts enkele methoden voor overheden en burgers om hun omgeving te co-creëren. Laten we daarom even kijken hoe het zit met participatie in België.

Een historische gevoeligheid: de Koningskwestie

Burgerparticipatie heeft over het algemeen een tastbare positieve impact. Maar als we in de geschiedenisboeken duiken, zien we dat een van de meest beruchte voorbeelden de Belgische fundamenten deed wankelen: de Koningskwestie van 1950. Nadat koning Leopold III zich kort na de Duitse invasie in 1940 had overgegeven—een beslissing die haaks stond op de wensen van de regering—verloor hij zijn grondwettelijke bevoegdheden als krijgsgevangene. Na de oorlog was het publieke debat verdeeld: kon Leopold III zijn koninklijke functie opnieuw opnemen? De regering besloot zich tot haar volk te wenden en een nationale burgerraadpleging te houden.

Al snel bleek dat de resultaten van de raadpleging grotendeels samenvielen met de bestaande politieke en taalkundige breuklijnen. In Vlaanderen steunde 78% de terugkeer van de Koning, in schril contrast met slechts 48% in Brussel en 42% in Wallonië. De resultaten van het overleg leidden tot sociale onrust en gewelddadige protesten. Uiteindelijk moest Leopold III alsnog aftreden. De meerderheid had zich uitgesproken, maar de realiteit was luider geweest.

Participatie op z’n Belgisch: een frisse wind

België doorploetert een globale democratische crisis terwijl het niet alleen een historische gevoeligheid meedraagt, maar ook een complexe politieke en sociale realiteit navigeert. En toch is verandering wel degelijk een feit. In de afgelopen jaren hebben nieuwe en innovatieve participatieprojecten een frisse wind door het land doen waaien. In veel opzichten nam België zelfs een pioniersrol op zich in het experimenteren met democratische innovatie:

  • Met het Ostbelgien-model werd de Belgische Duitstalige gemeenschap de eerste plaats ter wereld om permanente burgerparticipatie te consolideren naast de traditionele machten. De Bürgerrat is een roulerende burgerraad die de agenda zet en bepaald welke vraagstukken zij belangrijk vinden. Ze beslissen over de omvang en de duur van een complementaire burgerraad die de zaak onderzoekt en overweegt, en uiteindelijk een advies uitwerkt. De aanbevelingen van deze raad worden uiteindelijk voorgelegd aan en besproken in het Parlement.
  • De stad Kortrijk daagde de erfenis van de Koningskwestie uit en lanceerde het allereerste digitale referendum van het land. De stad besloot de inwoners om hun mening te vragen over de invoering van een maandelijkse autoloze zondag in het stadscentrum. Met een totaal van 10.000 van de 60.000 inwoners die hun stem uitbrachten klonk het verdict luid en duidelijk: nee tegen autoloze zondagen, ja tegen burgerbetrokkenheid.
  • De Kamer stimuleerde burgerinitiatieven door het petitierecht te herzien. Met het nieuwe systeem kan iedere burger die 25.000 handtekeningen verzamelt een onderwerp op de agenda van de Kamer zetten. De voorwaarde: deze 25.000 handtekeningen moeten de 3 Belgische gewesten vertegenwoordigen, en moeten behoren tot burgers die 16 jaar of ouder zijn. De bedoeling was om het petitierecht om te vormen tot een toegankelijk instrument voor burgerinitiatieven, en zo meer burgers te betrekken bij de federale besluitvorming.

Er is meer op til: een participatieve toekomst

En ook de toekomst ziet er rooskleurig uit. De opwaartse evolutie van participatie in België zet zich onverminderd voort. Een grabbel uit de meest recente evoluties en voorbeelden:

  • De federale regering kondigde onlangs een massale burgerbevraging aan om de staatshervorming van 2024 voor te bereiden. Elke Belg boven de 16 jaar zal zich eind 2021 kunnen uitspreken over verschillende politieke thema’s en netelige vragen over de Belgische staatsstructuur. Eén van de vooraf bepaalde thema’s? Versterking van de democratie.
  • Onze hoofdstad werkt voortaan ook met overlegcommissies. Concreet betekent dit dat Brusselse parlementsleden en bij loting gekozen burgers met elkaar in debat kunnen treden over allerlei thema’s. Deze commissie, die voor ¾ uit burgers en ¼ uit parlementsleden bestaat, komt verschillende keren samen om aanbevelingen op te maken voor het parlement.

België is de schildpad, niet de haas

Onze driestaat krijgt geen denderende punten op het democratierapport. Dat kan verklaard worden door een globale crisis, een complexe politieke realiteit en een historische blunder. En toch zien we dat België een uniek geval is, en dat de realiteit een stuk verder gaat dan in cijfers te vatten valt. We zijn er nog niet helemaal, maar we zijn wél op de juiste weg. Op ’t gemak, en op z’n Belgisch.