Met de komst van de Omgevingswet in 2021 moeten Nederlandse gemeenten zich richten op meer participatie van o.a. inwoners. Hiervoor zijn echter geen duidelijke richtlijnen gesteld en het internet wemelt van de individuele praktijkvoorbeelden, die lang niet op alle gemeenten toepasbaar zijn.

In deze Omgevingswetserie helpen we gemeenten op weg in de transitiefase. Dit artikel belicht hoe jouw gemeente zich kan richten op participatie in de Omgevingswet.

Participatie in de Omgevingswet in een notendop

De Omgevingswet gaat over ruimtelijke ordening (zoals milieu, water en bouwen) en heeft daarom een directe impact op de levens van mensen. Het is dus niet zo gek dat participatie een belangrijk onderdeel is van de wet.

De wet bestaat uit twee basisonderdelen: 1) dankzij de wet heeft de gemeente meer vrijheid en 2) er wordt een groter draagvlak gecreëerd voor het gemeentebeleid door middel van burgerparticipatie.

De gemeente heeft meer vrijheid, omdat er geen vaste regels meer bestaan betreft het omgevingsbeleid: elke casus wordt daarom individueel beoordeeld. Ook moet de keuze van de gemeente voor inwoners inzichtelijk en toegankelijk zijn, zodat iedereen kan meebeslissen en de beredenering van gemaakte beslissingen kan herlezen.

Dit laatste heet de motiveringsplicht (daar komen we later in dit artikel op terug). Deze aspecten geven het belang van participatie al aan.

participatie gemeente omgevingswet burger inwoners

Weten hoe je als gemeente de communicatie van je beleid kunt verbeteren? Dat lees je in deel 3 van deze serie.

Om de wet uit te voeren, bestaan er voor gemeenten 6 kerninstrumenten. Bij 5 van deze instrumenten speelt participatie een belangrijke rol, namelijk de opzet (de Omgevingsvisie), de concretisering (de Programma’s), de resultaten van de voorbereiding (het Omgevingsplan), de conclusie (het Projectbesluit) en de Omgevingsvergunning.

Alleen bij de eerste 4 hiervan moet de gemeente zelf de participatie verzorgen. In het geval van de vergunning is dat de rol van de aanvrager. Meer hierover kun je lezen in deel 1 van deze serie: Van start met 10 concrete tips.

Op deze website vind je een handige tabel met een overzicht van het participatiebeleid per kerninstrument.

Het probleem met participatie

De Omgevingswet zegt niet hoe je die participatie moet vormgeven, of je nou de gemeente bent of als inwoner een vergunning aanvraagt. Er staat alleen dat je moet aangeven hoe je met de participatie bent omgegaan. Ook wordt weinig concreet advies gegeven hoe je als gemeente participatie tot uitvoering kunt brengen.

In de Tweede Kamer zijn hier veel vragen over, want elke situatie is verschillend. Professor Jan Rotmans beschrijft in zijn essay De Omgevingswet als transitieopgave (2018) dat iedere gemeente voor een uitdaging staat:

“Als we afgaan op de letter van de Omgevingswet, dan zijn er dus nog geen echt representatieve voorbeelden te vinden van omgevingsplannen, -visies en -participatietrajecten. Er is nog veel meer tijd en ruimte nodig om echt radicaal te experimenteren op basis van de geest én letter van de Omgevingswet.”

Er bestaan simpelweg nog geen algemeen toepasbare voorbeelden van een geslaagd Omgevingswetsparticipatietraject. Toch wordt de gemeente er wel voor verantwoordelijk gesteld. En dat is waar het knaagt. Zoals Rotmans ook aangeeft:

“Overheden zijn verplicht om een participatietraject op te zetten, al staat nergens voorgeschreven hoe ze dat moeten doen.”

De paar online praktijkvoorbeelden bieden geen uitkomst, want iedere gemeente is immers anders. Sommige gemeenten geven veel om burgerparticipatie, anderen willen juist meer hun autoriteit behouden. Het is dus aan de gemeenten om te pionieren op dit gebied. En dan is er nog iets.

De motiveringsplicht

Gemeenten moeten niet alleen voldoen aan de participatie zelf, maar ook aan de motiveringsplicht. Dit zijn de twee participatieve aspecten van de wet:

1) Participatie (actieve betrokkenheid stimuleren bij de inwoners)

2) De motiveringsplicht (participatie bewijzen en gemaakte beslissingen kunnen toelichten)

De motiveringsplicht verplicht gemeenten om hun actie tot participatie te bewijzen en om te monitoren hoe beslissingen zijn gemaakt. Zo kunnen inwoners (her-)inzien hoe de gemeente tot een besluit is gekomen. Deze plicht is ook alleen van belang bij de vier eerdergenoemde kerninstrumenten.

Hoewel de Omgevingswet uitgaat van vertrouwen tussen mensen, is deze controle wel nodig om het juridische kader van de wet te waarborgen. Ook hier geldt dat gemeenten moeten pionieren: het is immers nooit eerder gedaan.

Hoe kun je dan toch garanderen dat je een goedlopend participatietraject opstelt dat aan de wet voldoet?

Participatie-initiatieven

Participatie gaat er simpelweg om dat inwoners betrokken zijn bij het beleid van de gemeente, en dat de gemeente op haar beurt op de hoogte is van die inbreng. Op die manier kan de gemeente met de hulp van inwoners bepalen hoe het beleid wordt vormgegeven.

Toch blijkt participatie volgens de Omgevingswet geen gemakkelijke opgave. De wet heeft het over integraal werken, terwijl de meeste gemeenten nu een gerichte taakverdeling hanteren. We lezen in één zin dat ‘bestuurlijke belangen’ moeten samengaan met ‘meer burgerparticipatie’. En ook dat een vergunning voor een voorstel die het omgevingsplan tegengaat toch verleend moet worden onder het ‘ja, mits-principe’.

participatie omgevingswet mits-principe gemeente participatie-initiatief inwoners

Dit lijkt lastig verteerbare informatie en door alle terminologie kan het ingewikkeld zijn door de bomen nog het bos te zien. Toch hebben veel gemeenten al zekere ervaring met participatie. Het is slechts een kwestie van een juiste, gemeentebrede, toepassing van de Omgevingswet op die bestaande initiatieven, plus een bepaalde vorm van monitoring.

Er bestaan dan misschien geen richtlijnen of kaders voor participatie, maar met deze kennis zijn al veel gemeenten aan het experimenteren hoe ze toch hun inwoners kunnen betrekken.

Een paar voorbeelden:

  • Zo bestaat er het ‘right to challenge’-initiatief, waarbij bewoners de taak van een ambtenaar overnemen als ze denken dat ze het beter kunnen doen. Dit kan leiden tot interessante inzagen van betrokken individu’s. Gemeente Tilburg heeft hier al succesvol mee geëxperimenteerd.
  • Initiatieven kunnen ook vanuit buurt- of wijkinstanties georganiseerd worden. Als gemeente kun je deze instanties ondersteunen. Dit kan handig zijn als je een project specifiek op één buurt wil toepassen. Inwoners van vooral grotere gemeenten voelen zich vaak persoonlijker betrokken bij hun lokale netwerk. Een geslaagd voorbeeld hiervan is het burgerinitiatief van Vereniging Markdal.
  • Een aantal gemeenten stelt bepaalde projectleiders aan die zich specifiek richten op burgerparticipatie in hun domein. Per project wordt dan een nieuwe aanpak georganiseerd door experts die de juiste doelgroep weten te betrekken.

Een geschikte oplossing: een digitaal participatieplatform

Toch worden ook vaak nadelen ondervonden: zo is het niet altijd gemakkelijk om de burger blijvend te betrekken bij het lokale beleid. Ook is het lastig om alle participatie-activiteiten van een gemeente in één plek overzichtelijk te maken.

Een digitaal participatieplatform kan dit vergemakkelijken door inwoners direct, persoonlijk en efficiënt te betrekken bij projecten op één platform. Het is een handig middel om je project in een paar minuten online te zetten en te delen met de inwoners.

Bovendien biedt een participatieplatform de mogelijkheid om te selecteren welke doelgroep op een bepaald project mag stemmen of per project te bepalen of een inwoner zelf actieve inbreng kan aandragen.

Een online platform is voor iedereen toegankelijk en inzichtelijk en komt zo tevens de motiveringsplicht uit de Omgevingswet tegemoet. Via een platform wordt het proces van begin tot eind transparant gemaakt. Met de juiste tools structureer je je beleidsprocedure in een overzichtelijke tabel, waardoor inwoners in een oogwenk kunnen zien wanneer in het proces een bepaalde beslissing is gemaakt en met welke motivering.

Klik hier om een voorbeeldfilmpje te zien van digitaal participatieplatform CitizenLab toegepast op de Nederlandse gemeente Cranendonck.

burgerparticipatie omgevingswet gemeente inwoners

Wees voorbereid

Een risico hierbij is dat gemeenten enthousiast kunnen zijn over participatie, maar ondertussen geen sterk intern proces toepassen. Als je honderden reacties krijgt via het platform, maar deze niet allemaal netjes kunt verwerken, werkt het systeem niet. Bepaal daarom goed wie welke rol uitvoert en zorg ervoor dat je participatieplatform hierop is aangepast. In dit artikel leggen we uit hoe je dit gemakkelijk kunt bewerkstelligen.

Een ander probleem is dat de inwoners niet altijd afweten van je participatieplatform. Daardoor is het aantal inwoners dat deelneemt vaak niet representatief voor de doelgroep. Hoe je dit oplost? Lees dit in deel 3 van deze serie: Verspreid je beleid.

There are currently no comments.