Nederlandse gemeenten bereiden zich voor op de komst van de Omgevingswet in 2021. Dit is voor velen een uitdaging. En dat is logisch te verklaren: de wet is nog onaf, wat onduidelijkheid veroorzaakt. Daarnaast gaat het om een enorme veranderingsslag en wordt het aanpassingsvermogen van gemeenten op de proef wordt gesteld. Bovendien is informatie over de Omgevingswet zeer verspreid te vinden.

In deze Omgevingswetserie helpen we gemeenten op weg in de transitiefase. Dit artikel behandelt wat de Omgevingswet concreet betekent voor jou als gemeente. Onderaan de blog vind je 10 tips die je hierbij kunnen helpen.

De wet in het kort

De Omgevingswet betekent de grootste wetswijziging sinds 1848, volgens het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het is een verzameling van 26 wetten over ruimte en de fysieke leefomgeving. Omdat dat direct impact heeft op de levens van mensen, raakt het niet alleen het ruimtelijk maar ook het sociale domein. Klinkt begrijpelijk, toch?

De wet gaat vanaf 2021 in werking, maar omdat er een groot veranderingsproces aan te pas komt, wordt gemeenten aangeraden zich nu al voor te bereiden.

Waarom komt de Omgevingswet eraan?

Het idee van de wet is dat er te veel verschillende situaties bestaan waarop een individuele aanpak het beste van toepassing is. Daardoor werd het voormalige Omgevingsrecht onoverzichtelijk met veel te veel regels.

Met de komst van de Omgevingswet komen er minder algemene regels en wordt meer uitgegaan van het vertrouwen in de mensen om zelf vorm te geven aan de wet op individuele basis. Dit betreft vertrouwen in zowel de gemeente als de inwoner. Inwoners moeten immers meer betrokken moet worden bij veranderingen in hun fysieke leefomgeving.

Hoe geef je als gemeente vorm aan de Omgevingswet?

Zonder algemene regels is het de taak van de gemeente om invulling te geven aan de wet. Dit kan aan de hand van zes zogenaamde ‘kerninstrumenten’ die we hieronder toelichten. Bij elk instrument nemen zowel het ruimtelijke als het sociale domein een belangrijke plaats in: wanneer het om ‘fysieke leefomgeving’ gaat, betreft het ook de inwoners van die omgeving.

Omgevingsvisie

Het belangrijkste instrument is de omgevingsvisie. Dit is de voormalige ‘ruimtelijke structuurvisie’ en het bevat hoe de gemeente letterlijk vorm wil geven aan de ruimte. De implementatie van de visie leidt tot het omgevingsplan (een ander instrument).

Omgevingsvisie Omgevingswet gemeente participatie

De Rijksoverheid, provincies en gemeenten zijn verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Het Rijk en de provincies werken er al aan, maar gemeenten voldoen vaak nog niet aan de eisen. Wel wordt er al behoorlijk mee geëxperimenteerd.

Gemeenten moeten toewerken naar een integratie van ongeveer vijf verschillende beleidsvisies. Toch liggen er nu in de beleidskast van een gemeente vaak veel meer. In de omgevingsvisie moet in ieder geval de fysieke leefomgeving gerespecteerd worden.

Programma’s

Ook moeten gemeentes bepaalde programma’s opzetten, met een specifieke inhoud voor bepaalde plannen. Een voorbeeld: stel dat de gemeente de afvalverwerking wil veranderen. Daar zijn bepaalde maatregelen voor nodig, maar ook financiële bepalingen. Een programma is het instrument dat dit allemaal op een rijtje zet.

Omgevingsplan

Dit is onderdeel van het overkoepelende instrument ‘decentrale regelgeving’. Het omgevingsplan (het voormalige ‘bestemmingsplan’) is een overzicht van regels over de leefomgeving (bijvoorbeeld over het milieu) dat oorspronkelijk vanuit het Rijk is opgesteld.

De regels worden van overheid naar gemeenten overgedragen. Gemeenten moeten aan de hand daarvan weer gebiedsgerichte regels opstellen, die onderdelen bevatten als de omgevingsvisie en een algemene plaatselijke verordening.

Een voorbeeld hiervan is regelgeving voor een plaatselijke fabriek waarvan het geluid of de geur tot overlast kan zijn. Deze verzameling van regels wordt dus het omgevingsplan genoemd.

Voor verder begrip van het omgevingsplan schreef Jos Dolstra van Stantec een inzichtelijk artikel.

Omgevingsvergunning

In 2010 werd via de Wet Algemene Bepalingen ingevoerd dat mensen een vergunning kunnen aanvragen als ze iets willen aanpassen aan de ruimtelijke ordening. Sindsdien is een aantal zaken veranderd. Zo is de scope voor een vergunning verbreed, omdat met de Omgevingswet wordt uitgegaan van het ‘ja, mits’-principe (in plaats van het huidige ‘nee, tenzij’-principe).

Daartegenover staat dat een aantal verantwoordelijkheden bij de aanvrager komen te liggen. Die moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat voldaan wordt aan participatie in de aanloop van de vergunningsaanvraag. Meer informatie hierover is verkrijgbaar bij het DSO, ook wel Omgevingsloket genoemd.

Rijksregels

Het Rijk stelt regels op voor de algemene maatregelen van bestuur, namelijk 1) de projectprocedures, 2) de directe regels voor inwoners en bedrijven, 3) besluit- en bouwactiviteiten in de leefomgeving en 4) de kwaliteit van de leefomgeving. De gemeenten richten zich voornamelijk op het omgevingsplan.

Projectbesluit

Bij het projectbesluit komen beslissingen en regelgevingen van het Rijk, de provincies en waterschappen samen in grootschalige projecten, waarbij publiek belang komt kijken. Bijvoorbeeld de aanleg van een snelweg of een windmolenpark. De rol van de gemeente hierbij is om het omgevingsplan aan te passen indien het project hier niet op aansluit. De algemene verantwoordelijkheid van het projectbesluit ligt bij de overheid.

Wat wordt de rol van de gemeente?

De gemeenteraad is verantwoordelijk om de ambities vast te stellen in het kader van de omgevingsvisie. Dit betekent dat de rol van de gemeente niet alleen naar buiten toe verandert, maar in de eerste instantie intern.

Omgevingswet gemeente interne structuur participatie

Misschien wel een van de eerste veranderingen is dat veel gemeenteraadsleden een aanvullende rol krijgen op hun bestaande taken. Dit gebeurt nu vooral bij raadsleden die zich al concentreren op de Omgevingswet of participatie, bijvoorbeeld via ruimtelijke of sociale domeinen, of als communicatieadviseur. Interne projectleiders kunnen bijeenkomsten organiseren om de gemeente in te leiden en voor te bereiden op de Omgevingswet.

Niet alleen de interne functies, maar ook de algehele focus zal veranderen. Veel steden zullen de Omgevingswet toepassen door een framewerk te definiëren dat gebaseerd is op ‘omgevingswaarden’. Het is hierbij belangrijk om niet het sociale domein over het hoofd te zien, dat onlosmakelijk verbonden is met het ruimtelijke aspect.

Onze tips voor de gemeente

Het sociale domein betrekken bij de ruimtelijke leefomgeving uit zich vooral in de participatiepijler, een groot aspect van de Omgevingswet. Dit is waarbij CitizenLab gemeenten kan ondersteunen. Hieronder geven we je een aantal algemene tips, met een focus op participatie. Meer hierover kun je lezen in deel 2 van deze serie.

Algemene tips:

1. Start met ‘pilots’ in de gemeente. Zo oefen je op een vrijblijvende basis met de nieuwe richtlijnen. ‘Aan de slag met de Omgevingswet’ toont hier enkele voorbeelden.

2. Creëer bovenal een vertrouwensband met je inwoners, van beide kanten. Beweeg van goed opgezette pilots naar bredere, open projecten.

3. Maak je besluitvorming herkenbaar en laat zaken terugkomen. Leg bijvoorbeeld waar mogelijk verbanden tussen een huidige fase en een voormalige actie of beslissing.

Tips voor participatie:

4. Organiseer je openheid naar de inwoners. Als je hen uitnodigt om te participeren, moeten ze je gemakkelijk kunnen vinden en op een eenvoudige manier kunnen meedoen. Hoe je dit doet, lees je in deel 2 van deze serie: Vergroot je participatie.

5. Een belangrijk onderdeel hiervan is dat je je toegankelijkheid moet proberen aan te passen aan de specifieke situatie van de inwoners. Wil je vooral mensen bereiken die druk zijn, zoals jonge gezinnen? Organiseer dan bijvoorbeeld geen doordeweekse workshops.

6. Het is ook belangrijk om je participatiemogelijkheden helder te communiceren naar de inwoners. Zo weten ze wanneer, waar, hoe en waarover ze kunnen meestemmen. Hierbij helpen we je op weg in deel 3 van deze serie: Verspreid je beleid.

7. Een consequentie van een sterke communicatie en een duidelijk inzicht in je beleid maakt je beleidsvorming concreet en tastbaar. Dit resulteert in een participatiecirkel: het kader is helder, waardoor inwoners eerder met ideeën komen, wat weer leidt tot meer inzicht in het plan, et cetera.

8. Wat ook cruciaal is, zijn heldere regels vanaf het begin, om aan de verwachtingen van inwoners tegemoet te komen. Laat hen weten waar hun input voor gebruikt wordt en houd hen op de hoogte wanneer volgende stappen worden gezet.

Tips voor interne structuur:

9. De grootste kansen voor innovatie in de omgeving liggen in de overlappende beleidsgebieden. De Omgevingswet is niet alleen toepasbaar op het fysieke domein, maar ook op het sociale domein. Pas je beleid dus gemeentebreed toe.

10. Het wordt belangrijk om op lokaal niveau te werken, dus per buurt of wijk en niet noodzakelijk per gemeente (ook omdat veel gemeenten gefuseerd zijn). CitizenLab is erop voorbereid om te voorkomen dat je participatie daardoor versplintert of structuur mist. Via het participatieplatform bestaat de mogelijkheid om je gemeente te onderverdelen in ‘smart groups’, zodat je kunt selecteren welke wijk bij het participatietraject wordt betrokken.

Motivatie

Om je gemeente voor te bereiden op alle veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt, is het bovenal essentieel om gemotiveerd te blijven, als individu, als team en als samenleving.

Met bovenstaande tips hopen we je wat concreter op weg te helpen tijdens de eerste stappen, maar vooral om je te laten inzien dat het niet moeilijk hoeft te zijn om van start te gaan. Experimenteer, probeer uit, en leer nu het nog kan.

Voor tips hoe je je participatie kunt versterken, lees hier deel 2 van deze serie: Vergroot je participatie.

There are currently no comments.