Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Engels op Apolitical. Lees het hier.

De laatste jaren zijn ‘Civic Tech’ en ‘Govtech’ populaire buzzwords geworden. Ze worden vaak losjes gebruikt om innovaties op het vlak van overheid en burgerparticipatie te omschrijven. Maar kunnen we ze wel door elkaar gebruiken?

Ondanks het feit dat de termen sterk op elkaar lijken, beschrijven ‘Civic Tech’ en ‘Govtech’ eigenlijk twee verschillende concepten. De termen worden door andere groepen gebruikt en dienen bovendien een ander doel. Wat een klein semantisch verschil lijkt, is eigenlijk de weerspiegeling van een voorzichtige balans tussen twee fundamenten van de democratie: legitimiteit en efficiëntie.

Aanvankelijk was ‘Civic Tech’ de overheersende term. Google-zoekopdrachten naar ‘Govtech’ waren vrij zeldzaam tot eind 2016. In een plotse piek stak ‘Govtech’ onverwacht ‘Civic Tech’ voorbij in de zoekmachines. Dit kan mogelijk verklaard worden door de lancering van het Singaporese Govtech-team rond dat moment. De publieke focus verschoof van de kleinschalige, private innovaties van ‘Civic Tech’ naar grotere ‘Govtech’-initiatieven die door gemeenten en overheden op poten werden gezet.

Engagement vs. efficiëntie

Er zijn heel wat subtiele verschillen tussen ‘Civic Tech’ en ‘Govtech’. Maar het allerbelangrijkste om te onthouden is het volgende. ‘Govtech’ bevat een breed gamma aan overheidsgerichte technologieën die gemeenten helpen om hun interne efficiëntie te verhogen. ‘Civic Tech’, daarentegen, focust voornamelijk op het informeren, verbinden en motiveren van burgers.

‘Civic Tech’ richt zich dus op burgers en burgerparticipatie. Wikipedia definieert de term als “technologieën die betrokkenheid, participatie en een verbetering van de relatie tussen burgers en de overheid mogelijk maakt door de communicatie tussen burgers en de publieke besluitvorming te verbeteren”. Het doel is om participatie aan te wakkeren en burgers aan te moedigen om zich in te zetten voor het algemeen belang. Bepaalde ‘Civic Tech’-tools worden door overheden gebruikt om met burgers in contact te komen, maar andere worden ingezet door maatschappelijke organisaties of zelfs onafhankelijke burgers.

De voordelen van ‘Civic Tech’ liggen voor de hand. Door burgers te stimuleren in dialoog te gaan met elkaar én met hun overheid, krijgen ze meer macht in handen. Dit zorgt op zijn beurt weer voor meer en snellere sociale verandering. Bovendien kan het overheden ook helpen om beter te begrijpen wat hun burgers willen en nodig hebben.

Binnen ‘Govtech’ zijn gemeenten en overheden de voornaamste doelgroep. Het doel is om de efficiëntie van de administratie te verhogen door werkprocessen te digitaliseren of nieuwe tools in te voeren.
In een recent rapport schatte Deloitte dat de invoering van artificiële intelligentie in overheidsprocessen verregaande gevolgen zou hebben. Zo zou het de efficiëntie verhogen en maar liefst 30% van de tijd van overheidsmedewerkers kunnen vrijmaken. Hierdoor zouden overheden wereldwijd tot 41,1 miljard dollar per jaar kunnen besparen. Die middelen kunnen in andere projecten worden geïnvesteerd, wat uiteindelijk een goede zaak is voor de burgers.

Als een gemeente bijvoorbeeld een nieuwe tool implementeert om de belastingen efficiënter te verwerken, zullen burgers de vruchten van die innovatie plukken in de vorm van kortere wachttijden of eenvoudigere procedures. Op de lange termijn betekent meer efficiëntie ook minder kosten. Het geld dat werd besteed aan de belastingsverwerking kan naar gezondheidszorg of onderwijs kunnen gaan, wat opnieuw de hele gemeenschap ten goede komt. De evaluatiecriteria voor het succes van ‘Govtech’ zijn dus efficiëntieverbeteringen en kostenbesparingen.

De belangrijkste uitdagingen

Om voor echte verandering te kunnen zorgen moeten ‘Civic Tech-tools een groot aantal gebruikers kunnen bereiken. De belangrijkste uitdaging van ‘Civic Tech’ is dus om burgers op grote schaal bij het proces te betrekken.

De meeste ‘Civic Tech’-tools zijn, althans voor burgers, gratis te gebruiken. Maar dit brengt ook vragen rond duurzaamheid met zich mee. ‘Civic Tech’-bedrijven moeten bedrijfsmodellen uitwerken die de integriteit van de tool bewaren, maar toch vrije toegang garanderen. Bepaalde tools, zoals CitizenLab, hebben daarom gekozen voor een licentiemodel, waarbij ze platformen verkopen aan gemeenten en overheden. Andere tools, zoals Neighborland, vertrouwen op consultancy. Platformen met een groot publiek, zoals Nextdoor of Change.org, halen ook inkomsten uit datamonetisering of reclame op hun websites. (Voor meer informatie over schaalbaarheid in ‘Civic Tech’: dit rapport van de
Knight Foundation gaat uitgebreid in op de verschillende modellen)

In ‘Govtech’ is de grootste uitdaging, wel, de overheid. Soms komt verandering van binnenuit, maar meestal ontbreekt het overheden aan tijd of middelen om nieuwe tools te ontwikkelen. Overheden zijn van nature risicomijdend en kunnen traag zijn bij het invoeren van nieuwe tools en processen. Het doorvoeren van externe veranderingen kan daarom een lang en frustrerend proces zijn.

Externe bedrijven moeten zich verdiepen in de – soms ingewikkelde – overheidsprocessen, en leren hoe ze binnen de politieke agenda moeten werken. Bovendien moeten externe ‘Govtech’-tools beantwoorden aan specifieke lokale behoeften, en tegelijkertijd schaalbaar en financieel levensvatbaar zijn. Dat is niet altijd een makkelijk evenwicht. Omdat ze minder afhankelijk zijn van overheden ontwikkelen ‘Civic Tech’-tools zich vaak sneller dan ‘Govtech’-tools. Dit leidt tot een ongemakkelijke mismatch waarbij burgers om verandering vragen die de overheid niet kan inlossen.

De balans tussen legitimiteit en efficiëntie

Heel wat politieke denkers zijn het erover eens dat regeringen horen te streven naar een combinatie van twee essentiële waarden: legitimiteit en efficiëntie. Het evenwicht tussen beide begrippen is delicaat. Streven naar een grotere legitimiteit kan namelijk ten koste gaan van de efficiëntie, terwijl streven naar absolute efficiëntie het democratische proces kan schaden. ‘Civic Tech’ en ‘Govtech’ zijn de belichamingen van deze twee beginselen.

Terwijl ‘Civic Tech’ helpt om legitimiteit te vergroten door burgers bij de besluitvorming te betrekken, verhoogt ‘Govtech’ de efficiëntie van het bestuur. Beide principes moeten niet als tegengestelden worden gezien. Ze werken namelijk het beste als ze samen worden gebruikt. ‘Civic Tech’ betrekt burgers bij de besluitvorming, ‘Govtech’ helpt overheden efficiënter te reageren op hun input.

Vandaag is het vaak zo dat ‘Civic Tech’-tools op poten worden gezet voor ‘GovTech’-tools. Dit kan leiden tot een kloof tussen de feedback van burgers en de reactie van de overheid. De tools helpen burgers op problemen te wijzen en veranderingen te suggereren, maar het is mogelijk dat overheden niet weten hoe ze die problemen moeten aanpakken, of dat het niet in de beleidskalender past. Deze discrepantie wordt al snel een bron van frustratie voor alle betrokken partijen. In het slechtste geval kan het zelfs leiden tot een verhoogd gevoel van wantrouwen. Dit bleek het geval te zijn in Frankrijk in de nasleep van het Grand Débat. Na het verzamelen van honderdduizenden reacties van burgers bleek de overheid niet in staat deze ideeën te analyseren en om te zetten in actie. Dit wakkerde de ontgoocheling aan van de burgers die aan het project hadden deelgenomen.

Toch is ‘Govtech’ zonder ‘Civic Tech’ ook niet de ideale situatie. Het heeft geen zin om aspecten van de overheid te innoveren en veranderen zonder burgers te raadplegen over hun noden. Dit kan namelijk leiden tot verkeerde uitgaven en onnodige producten of diensten – het falen van de OLPC-computer wordt in de ‘Govtech’-wereld nog steeds beschouwd als een waarschuwing. Bovendien kan het ook het vertrouwen van burgers in de overheid schade toebrengen.

De combinatie van ‘Civic Tech’ en ‘Govtech’

Dus… wat kunnen overheden dan precies doen?
In een context van afnemende middelen en dalend vertrouwen moeten overheden een combinatie van ‘Govtech’ en ‘Civic Tech’ inzetten om positieve innovatie te bevorderen. Alleen zo kunnen zowel de legitimiteit als efficiëntie erop vooruit gaan. Overheden zijn meestal niet de initiatiefnemers van ‘Civic Tech’-projecten, ze kunnen wel ondersteuning bieden door een vruchtbare juridische omgeving te creëren of door bestaande projecten te promoten.

Dit gebeurt bijvoorbeeld in Polen, waar GovTech Polska het aanbestedingssysteem opnieuw uitvindt. Ze nodigen hierbij openlijk start-ups en hackers uit om innovatieve overheidspraktijken te ontwikkelen. De evolutie van burgerparticipatie zal de legitimiteit en het vertrouwen helpen versterken, maar het zal de regeringen ook betrouwbare data opleveren om een beleid te ontwikkelen dat tegemoetkomt aan de behoeften van de burgers. Overheden kunnen ook ‘Govtech’ naast ‘Civic Tech’ promoten door van binnenuit te hervormen. Dit houdt in dat moet worden geïnvesteerd in opleiding en omscholing van ambtenaren, dat ze moeten openstaan voor risico’s, en dat ze meer gevarieerde profielen en vaardigheden moeten aanwerven. Dergelijke investeringen worden al gedaan in Singapore. Daar worden 20.000 ambtenaren opgeleid in data-analyse, en worden burgers financiëel gestimuleerd om zich te verdiepen in AI.

Een combinatie van ‘Govtech’ en ‘Civic Tech’ zal meer burgers betrekken bij het proces en overheden helpen om te reageren op vragen van burgers en betere beslissingen te nemen. En daar wordt de democratie in het algemeen sterker van.

Klaar om aan de slag te gaan met online burgerparticipatie in jouw gemeente? Ontdek de gratis gidsen in ons kenniscentrum of praat vandaag nog met één van onze experts!

Meer lezen?

There are currently no comments.