Het huidige politieke landschap wordt gekenmerkt door een sterke polarisatie, een gevoel van onbehagen en een dalend vertrouwen in onze overheden (en de democratie in z’n geheel).

Wereldwijd leidde deze evolutie tot de opkomst van populistische bewegingen en de verkiezing van eigenzinnige en autoritaire leiders. Het democratische systeem dat in het naoorlogse Europa werd gezien als de “juiste” manier om te regeren, werd de laatste jaren steeds vaker onder de loep genomen. Zelfs in traditioneel democratische bakens in de VS, Europa en Australië stellen burgers zich steeds meer vragen bij de waarde van de democratie.

De erosie van de democratie

De achteruitgang van het vertrouwen in het democratisch systeem is duidelijk te zien in de jaarlijkse democratie-index van The Economist. Begin 2018 meldde de index dat het vertrouwen in de democratie gestaag was gedaald in 2017. Volgens de cijfers van dit jaar bracht 2018 een status quo. Vrij vertaald: “Politieke participatie neemt bijna overal ter wereld toe. Hoewel de bevolking duidelijk gedesillusioneerd is over de politieke instellingen wordt die boosheid omgezet in actie, en hebben mensen het punt bereikt om te stemmen en protesteren.”

De Democratie-index van The Economist toonde een daling in 2017 en een status quo in 2018.

Voor alle duidelijkheid: democratie is geen perfect systeem. Winston Churchill stelde zelfs dat het eigenlijk de slechtste bestuursvorm was, “buiten al die andere vormen die we al hebben uitgeprobeerd”. Burgers zonder politieke kennis of interesse de verantwoordelijkheid geven om de koers van de overheid te bepalen wordt door democratiecritici als een denkfout beschouwd. Anderszijds is het belangrijk te beseffen dat politiek overlaten aan zij die “goed geïnformeerd” of “geïnteresseerd” zijn geworteld is in privilege. Minderheden of gemarginaliseerde gemeenschappen hebben vaak niet dezelfde toegang tot de relevante informatie om een politieke mening te vormen of een interesse in politiek te cultiveren.

“Een gevoel van diep, wederzijds vertrouwen tussen burgers en overheden is essentieel voor duurzame vooruitgang.”

Om onze democratie sterker en effectiever te maken moeten we ervoor zorgen dat zij een gevarieerde verzameling stemmen vertegenwoordigt van burgers die de relevante informatie hebben om feiten af te wegen en een mening te vormen. We moeten een cultuur van wederzijds vertrouwen tussen regeringen en burgers opbouwen die de samenleving als geheel vooruithelpt.

Hoe vertrouwen en participatie hand in hand gaan

Veel civic tech tools, inclusief het CitizenLab platform, hebben als doel om burgers te betrekken in het lokale beleid. Hoe meer burgers hun stemmen en meningen laten horen, hoe beter overheden hun beleid kunnen afstemmen en draagvlak kunnen creëren. Maar zoals dit artikel stelt kan een “gebrek aan vertrouwen tussen burgers en ambtenaren leiden tot twijfel over participatie in het democratische proces.”

Een gevoel van wantrouwen in de overheid kan burgers ervan weerhouden om te participeren. Misschien hebben ze het gevoel dat hun inspanningen geen verschil zullen maken. Misschien voelen ze zich niet vertegenwoordigd door hun regering. Of misschien worstelen ze met een breder gevoel van politieke achterdocht. Aan de andere kant kunnen ook steden terughoudend zijn om een burgerparticipatieproject te lanceren, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn voor het kostenplaatje of onmogelijke eisen.

Maar een gebrek aan wederzijds vertrouwen tussen burgers en hun regeringen leidt tot een vicieuze cirkel van wantrouwen en democratische erosie. Minder burgerparticipatie verzwakt het democratische systeem, wat op zijn beurt leidt tot nog meer wantrouwen en terughoudendheid om deel te nemen. Deze cyclus doorbreken en focussen op het bouwen van wederzijds vertrouwen, is essentieel.

We hebben het vaak gehad over hoe overheden het vertrouwen kunnen vergroten en hun burgers kunnen stimuleren om hun stem te laten horen. Duidelijk en transparant communiceren, samenwerken met lokale partners, succesvolle cases delen, privacyrechtlijnen respecteren en terugkerende participatiecycli op poten zetten zijn stuk voor stuk belangrijke manieren om het vertrouwen van burgers te vergroten. Voor overheden is het lanceren van een burgerinitiatief een geweldige manier om burgers mondiger te maken en hen de mogelijkheid te bieden om deel te nemen, zonder zelf het overzicht te verliezen.

Maar er is een andere kant van de medaille. Als burgers hun overheden blindelings vertrouwen om in hun belang te handelen, zouden ze dan nog steeds gemotiveerd zijn om zelf de zaken in handen te nemen?

De cijfers van de Democratie-index van the Economist toonden duidelijk aan dat de erosie van het democratische systeem wereldwijd leidde tot meer burgerparticipatie. In dit geval lijkt het er dus op dat wantrouwen tegelijk de ondergang én de redding van de democratie zou kunnen zijn. Klinkt ingewikkeld, dus laten we dat wat meer in detail bekijken.

Scepsis als drijvende factor

Zoals we eerder zeiden is wederzijds vertrouwen tussen burgers en overheden essentieel om samen te kunnen zorgen voor oplossingen die het grotere geheel ten goede komen. Burgers kunnen namelijk terughoudend zijn om te participeren als ze hun overheid niet vertrouwen. Tot nu toe is dit volkomen logisch.

Maar laten we even alle gevoel voor nuance achter ons laten en ons een (hypothetische) situatie van volledig wederzijds vertrouwen tussen burgers en overheden voorstellen. Waarom zouden burgers gemotiveerd zijn om actief deel te nemen aan een overheid die ze volledig vertrouwen? Waarom zouden ze burgerinitiatieven lanceren als ze er zeker van zijn dat de overheid beslist en handelt op basis van wat goed voor ze is? En hoe kunnen overheden erachter komen wat hun burgers belangrijk vinden?

Wantrouwen in politiek kan een “gezonde scepsis bevorderen en politieke betrokkenheid stimuleren,” zo blijkt. Volgens deze blogpost van de Londense School van Economie en Politieke Wetenschappen ligt een diepgeworteld gevoel van wantrouwen aan de basis van de eerste burgerbegroting in Porto Alegre, Brazilië. Sinds de jaren ’80 dient een burgerbegroting als een waardevol mechanisme om fondsen toe te wijzen en macht te herverdelen binnen kansarme gemeenschappen.

Natuurlijk willen we niet zeggen dat het aanwakkeren van wantrouwen de juiste aanpak is. Zelfs in dit specifieke geval zorgde hetzelfde wantrouwen dat de burgerbegroting inspireerde uiteindelijk voor twijfels over de waarde en uitkomst ervan. Een gevoel van diep, wederzijds vertrouwen tussen burgers en overheden is essentieel voor duurzame vooruitgang. Maar het betekent wél dat, net als dat glaasje rode wijn bij het eten, een gezonde dosis scepsis soms geen kwaad kan. Het motiveert burgers om vragen te stellen, de beslissingen van de overheid aan de kaak te stellen en vooral actief deel te nemen aan het lokale beleid. Kortom: een licht gevoel van wantrouwen in de overheid is niet altijd iets om van wakker te liggen.

Hoe je als burger met mild wantrouwen omgaat

Ben je een skeptische burger? Dan zijn er tastbare manieren waarop je die energie positief kan inzetten om verandering te creëeren en tegelijk de democratie te versterken.

  • Stel vragen. Als je twijfelt over een beleidsbeslissing, een overheidsinitiatief of de mening van een bepaalde politicus, aarzel dan niet om contact op te nemen met je administratie. Schrijf, post, tweet, en vraag een verklaring. Dit creëert een cultuur van aansprakelijkheid, biedt burgers legitieme argumenten voor beslissingen en geeft ambtenaren een platform om hun argumenten te uiten.
  • Lanceer een burgerinitiatief. Burgerinitiatieven geven burgers de kans om een vraag of zorg aan de kaak te stellen en steun te verzamelen. Voor overheden biedt het bovendien waardevolle inzichten over de bezorgdheden, noden en vragen van hun burgers.
  • Deel ideeën. Heeft je stad een participatieplatform? Organiseert je gemeente een offline burgerraadpleging of stadsvergadering? Laat van je horen! Alleen door uiteenlopende meningen te verzamelen kan je administratie een beleidskader creëren dat iedereen ten goede komt.
  • Praat met de rest van je gemeenschap. Door met je buren te praten en meningen te delen over bepaalde (lokale) thema’s kan je zonder het te weten het politieke bewustzijn versterken. Een gezond debat met je buurtgenoten helpt je om nieuwe perspectieven te krijgen, nieuwe vragen te stellen of je gevoel van gezond scepticisme te delen – wat op zijn beurt de cultuur van aansprakelijkheid én de motivatie om te participeren versterkt.
  • Ga de straat op! In de lente van 2019 kwamen schoolkinderen elke week massaal op straat om betere (en snellere) klimaatactie te eisen. Dit leidde niet alleen tot een online Youth4Climate platform en een golf aan ideeën om het klimaat te redden, maar zorgde ook voor een sterker bewustzijn over de urgentie van het probleem.

Hoe overheden met sceptische burgers kunnen werken

  • Lanceer een participatieproject. Zoals we eerder zeiden zijn burgers met een gezonde dosis scepsis meer geneigd om te participeren in het lokale beleid. Een basis actieve en geëngageerde burgers is een echte schatkist voor lokale overheden.
  • Moedig burgerinitiatieven aan. Wie weet beter wat burgers willen en nodig hebben dan burgers zelf? Hen toelaten om hun eigen initiatieven te lanceren zorgt voor waardevolle inzichten in hoe zij hun prioriteiten stellen. Plus, je kan zelf duidelijke criteria stellen en hoeft enkel de initiatieven te overwegen die alle vakjes aanvinken.
  • Wees transparant. Toon burgers dat je aanspreekbaar bent en bereid om vragen te beantwoorden en beslissingen te verklaren. Dit stimuleert dialoog tussen burgers en de administratie, wat uiteindelijk voor vertrouwen zorgt.

Klaar om van start te gaan met burgerparticipatie?

There are currently no comments.