Is jouw burger al betrokken? Onder deze noemer organiseerde VERA (Vlaams-Brabants steunpunt e-government) begin deze maand een interessante gespreksavond over hoe Vlaamse gemeenten hun inwoners online laten deelnemen aan het beleid. Onder meer Vilvoorde en Kortenberg, twee gemeenten die samenwerken met CitizenLab, namen er het woord. En ook Asse en Haacht legden uit hoe zij op zoek gaan naar manieren om hun burgers dichter bij de lokale besluitvorming te brengen.

Eric Goubin, hoofdlector en senior onderzoeker aan de Thomas More Hogeschool en wetenschappelijk medewerker bij Kortom vzw, trok de avond op gang met met 6 pertinente vragen over beleid en participatie. We nemen zijn vragen over en zetten er onze bedenkingen bij.

  • Willen we (participeren)?  

De goesting die er vandaag vaak is bij lokale overheden om ‘iets met participatie’ te doen is niet altijd in verhouding met de mate waarin burgers dat zelf ook echt willen. Uit cijfers blijkt dat in Vlaanderen (in nog breder in West-Europa), de meeste burgers wel vinden dat ze moeten kunnen meewerken aan het beleid, maar doén het daarom nog niet. De redenen zijn legio: tijdsgebrek, moeilijk om je engageren voor lange termijn, thema te ver-van-mijn-bed. Er is dus niks mis met occasioneel participeren, zelfs al is het  soms met een korte termijn focus.

  • Kunnen we (participeren)?  

Niet iedereen KAN dus participeren. Soms ontbreken gewoon de intellectuele of technische vaardigheden, de tijd, de middelen. En niet iedereen is bijvoorbeeld even taalvaardig of mondig. Daarom: een mix van methoden is nodig.

  • Willen we meer (laten participeren)?  

Mensen effectief laten deelnemen aan je beleid heeft soms grote gevolgen. Je kunt als lokale overheid je burgers wel ‘horen’, maar je moet er ook naar ‘luisteren’. En hoe ver durf je de controle loslaten? Vaak is het ook een kwestie van budget of personeelsinzet (wie doe wat? Wie coördineert)? Het is van bij de opstart van een participatieproces dus heel belangrijk om het kader te bepalen, de rollen te verdelen en een coördinator met een mandaat aan te duiden.

  • Willen we samen (participeren)?  

Niet alleen de individuele burger, maar ook middenveldorganisaties zijn belangrijke stakeholders. Vaak nemen zij al deel aan verschillende inspraakprocessen of maken ze al gebruik van de mogelijkheden die er bestaan (cfr. adviesraden, bezwaarschriften, directe lijn met politici, etc… ). Het wantrouwen dat er soms bestaat kan weggenomen worden door ‘ruimte te geven’.

Een mening of een idee hoef er niet altijd direct boenk op te zitten en elke boodschap stem je beter af op afzonderlijke doelgroepen, zodat je ook: je kanalen kunt diversifiëren. Een proces opstarten gericht op verbeteringen in een specifieke wijk vergt een andere aanpak dan bijvoorbeeld het betrekken van jongeren in de hele gemeente of stad.

  • Is participatie wat het lijkt?

Geen enkel inspraaktraject, geen enkele bevraging, geen enkele bewonervergadering is ooit 100% representatief. Maar het is niet omdat wijk- of middenveldorganisaties niet altijd iederéén uit hun wijk of sector vertegenwoordigen, dat hun input niet naar waarde moet worden geschat. De kwaliteit van de input en de inspraak kan belangrijker zijn dan de kwantiteit.

Een online-platform zal focusgroepen, vergaderingen of social media-campagnes niet vervangen, maar kan ze wel versterken. Iedereen kiest zijn of haar niveau of kanaal om te participeren.Kwaliteitsbewaking is dus essentieel, en dat zowel bij de strategiebepaling, de goal-setting als bij de opvolging en de evaluatie. Een quote van hoogleraar Pieter Tops dat bovenstaande samenvat:

“Het reële participatiebeeld wordt bepaald door alle mogelijke inspraakmogelijkheden en processen. Representatitiveit krijg je door alle inspraakinstrumenten samen te overzien.

  • Hoe kunnen we samen meer (participeren)?  

Participeren is interageren, beargumenteren, discussiëren en onderbouwen. Een lokaal bestuur dat interactief WIL zijn, kan hiervoor verschillende kanalen inzetten. De tijd van alleen te werken met kanalen die in één richting communiceren (brochures, informatiebladen, …) is voorbij.

Tweerichtingscommunicatie en de ‘converserende overheid’ is waar het vandaag om draait. Van adviesraden tot referenda, van enquêtes tot online platformen, … een overheid moet de methoden mixen. De kernwoorden hier zijn: kwaliteitsbewaking en duurzaamheid. Kwaliteit door de juiste mensen aan het stuur te zetten, en duurzaamheid door regelmatige methodes. Burgerparticipatie is geen exacte wetenschap, maar grote lijnen vinden we altijd wel terug.

De volledige presentatie van Eric Goubin, alsook de slides van de interventies van de 4 gemeenten, kun je hier downloaden.