Tijdens de derde Dag van de Stad, ditmaal in Den Haag, kwamen burgemeesters, ambtenaren en andere geïnteresseerden bijeen om de toekomst van Nederlandse steden te bespreken.

Wie Durft?! Deze vraag overkoepelde een divers programma aan sessies waarbij de burger, de wijk en de stad in het middelpunt stonden. Wij delen graag de thema’s die centraal stonden tijdens de verschillende sessies van dit evenement.

1. Samenkomen

“We willen een stad maken waar mensen samenkomen” benoemde Robert van Asten, wethouder van cultuur, mobiliteit en strategie in Den Haag, direct tijdens de opening. Dat steden dit kunnen bereiken door betere samenwerking is mogelijk een open deur. Maar dit belang werd wel keer op keer benadrukt, want wie of wat moet er dan precies samenkomen?

Ten eerste moeten steden natuurlijk samenkomen met bewoners. Niet enkel door hen als uitgangspunt te nemen maar ook door direct de dialoog aan te gaan. Ervaring leert dat burgerinzichten bestuurders toch vaak weten te verrassen; zo ook bij een bijeenkomst rondom energietransitie in Overvecht Noord. Lot van Hooijdonk, de Utrechtse wethouder van onder andere energie, vertelde hoe burgers – naast de verwachte zorgen over kosten – hier ook aankaartten dat het voor hen van belang was hoeveel ruimte de opslag van een ander soort energie in huis zou innemen en hoe rommelig deze overgang zou zijn.

Daarnaast is het ook van belang dat online en offline vaker samenkomen in participatie. Vanuit de stad Den Haag werd hier een mooi voorbeeld voor gegeven: een 80-jarige man uit Duinoord had tijdens een offline bijeenkomst een idee ingediend. Nadien plaatste de stad dit namens hem op het online platform, waar het voorstel veel bijval kreeg van andere burgers. Hierdoor werd er budget toegekend aan het initiatief, wat laat zien dat bestuurders een rol spelen in het samen laten komen van deze vormen van participatie.

Maar onderling moeten steden ook vaker samenkomen om ervaringen te delen. Tijdens de sessies werden er voornamelijk succesverhalen gedeeld, maar vanuit het publiek viel het op dat er ook zeker vraag is naar minder succesvolle ervaringen. Iedereen is trotser op successen, maar laten we toch proberen om ook proactiever gebreken van projecten onderling te delen – zodat we daar allemaal van kunnen leren!

2. Durven

“Wie Durft?!” gaat dus niet alleen over lef tonen, maar juist ook om kwetsbaar durven zijn. Waar het publiek vroeg naar het delen “mislukkingen” gaven ook sprekers aan dat het noodzakelijk is om kwetsbaarheid als bestuurder naar burgers te tonen. Zo sprak de Haarlemse Burgemeester Jos Wienen vanuit persoonlijke ervaring over de noodzakelijke kwetsbaarheid om, zelfs wanneer je weet dat een onderwerp gevoelig ligt, de dialoog met bewoners op te zoeken.

Veel overheden blijven voorzichtig met online participatie uit angst voor negativiteit op een platform. Tijdens “The Best of… Burgerparticipatie” werd dit beeld gelukkig ontkracht door ervaringen uit Den Haag en Groningen. De online participatie op de stedelijke platformen was voornamelijk positief en constructief met hooguit en enkel negatief bericht. Vanuit CitizenLab herkennen we dit: op ons platform wordt minder dan 0.07% van alle berichten gemarkeerd als spam.

Naast durven kwetsbaar te zijn en de dialoog aan te gaan, moeten steden ook durven een grens te trekken. Zoals betoogd door Burgemeester Wienen moet je achter je beleidsprincipes blijven staan en eerlijk aangeven aan burgers wanneer iets niet mogelijk is. Deze kaders moet je natuurlijk wél helder communiceren, maar wanneer je durft te luisteren en durft te communiceren, is er een grote kans op begrip.

3. Flexibiliteit

Binnen de gestelde kaders moeten steden bereid zijn om flexibiliteit te tonen. Dit was een van de belangrijkste lessen vanuit een Placemaking project in Lelystad; het loslaten van het initiële plan was namelijk een kantelpunt in het project. Binnen de mogelijkheden moet een stad mee bewegen met haar burgers, om zo ruimte te houden voor creativiteit. Vanuit Lelystad werd het mooi omschreven: bij een burgerparticipatieproject is het prima om te starten met een boodschappenlijstje, maar alleen als je er ook voor open staat om eventueel een ander menu op tafel te zetten.

En hoe regel je deze flexibiliteit praktisch intern? Zet duidelijke kaders binnen de gemeente en ga daarbinnen flexibel aan de slag met burgers. In Lelystad besloten ze pas later in het participatieproces de raad te betrekken: daardoor was er al veel constructief en concreet werk verzet door de burgers voordat de raad zich er mee ging bemoeien. De betrokken burgers waren daardoor enthousiast geraakt, wat voor de raad ook bijdroeg aan meerwaarde van het project.

Wees ook flexibel in waar je projecten doorzet. Iedere beleidsmaker wil het liefste in een klap de gehele stad verbeteren, maar soms is dit niet realistisch. Het is gemakkelijker om in een enkele wijk te beginnen en het project te testen voordat je het schaalt naar andere delen van de stad.

Zien we je volgend jaar bij de vierde editie van Dag van de Stad? Wie weet wel in jouw stad, want de organisatie zoekt nog een gastgemeente! Check deze presentatie van de organisatie voor meer informatie.

There are currently no comments.