Hoe overbrug je de afstand tussen de tekentafel en de keukentafel? En hoe kies je de juiste schaal en fase voor burgerparticipatie? Op de Dag van de Participatie kwamen professionals uit de praktijk en wetenschappers samen in Nieuwegein om antwoorden op deze vragen te formuleren.

Hier zijn vier takeaways van een dag vol interessante presentaties en discussies!

1. Mandaat geeft wel macht, maar geen draagvlak

In zijn keynote vertelde Jacques Wallage, voorzitter van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, over de spanningen die kunnen ontstaan bij burgerparticipatie. Waar een politicus vaak slechts vier jaar de tijd krijgt om haar plannen uit te voeren, kan burgerparticipatie vragen om veel tijd uit het beleidsproces. Tijd die er vaak niet voor vrijgemaakt wordt, terwijl het mandaat van de politicus niet betekent dat er draagvlak is voor al haar plannen. De politiek heeft de samenleving nodig, net zoals maatschappelijke organisaties, vakbonden, werkgevers en de lokale middenstand. Wallage: ‘Het mandaat miskent dat de politiek automatisch wordt gedragen door de bevolking. Die ene stem eens in de vier jaar bepaalt niet hoe je je voelt op het moment dat het beleid jou echt gaat raken.’ Het is dus cruciaal om meer aandacht te besteden aan het proces, dan aan het eindproduct.

2. Als echt een dialoog wil, leg dan de problemen voor en niet de oplossingen

Die focus op het proces leidt direct tot de tweede takeaway van de Dag van de Participatie. Als je echt kwalitatieve burgerparticipatie wilt, leg burgers dan de problemen voor. In zijn sessie over de verbindingen tussen de representatieve en participatieve democratie, legde Boudewijn Steur (programmamanager Versterking Democratie en Bestuur bij het ministerie van BZK) enkele interessante en waargebeurde casussen voor. Wat doe je als gemeente wanneer je bij de presentatie van drie uitgewerkte opties voor het ontwikkelen van een nieuwe rondweg, van burgers hoort dat ze liever voor een vierde of vijfde optie kiezen? Of zit je dan eigenlijk met twee gefrustreerde partijen? Betrek burgers op tijd in je proces en gebruik hun inbreng al in de eerste fase. Wees duidelijk over het doel van de fase (dat door het hele proces anders kan zijn), wat er met de inbreng wordt gedaan en vergeet de terugkoppeling zeker niet. Je wilt dat burgers ook een volgende keer weer meedoen.

3. Op welk niveau laat je mensen participeren?

Burgers wereldwijd ervaren een gebrek aan transparantie bij hun overheid. Dit presenteert echter de vraag of we mensen wel laten participeren op het niveau waarop ze wellicht onbehagen of wantrouwen ondervinden. Burgerparticipatieprojecten worden vaak gestart door lokale overheden, terwijl het maatschappelijk onbehagen zich vaak op een nationaal of Europees niveau bevindt. Kan lokale participatie dit verhelpen? Of hebben we daar ook op andere niveaus meer betrokkenheid van burgers nodig? Een interessante gedachte uit de sessie over de keerzijde van participatie, door René Cuperus (adviseur samenwerkingsprogramma Democratie in Actie). We moeten het gesprek blijven voeren over hoe we willen samenleven als Nederlanders en Europeanen. Echter, actief participeren en resultaten zien op dit niveau is lastig. Hier ligt een sleutelrol voor dorpen, steden en gemeenten. Zij kunnen burgers nu al laten meepraten over hun directe omgeving, bijvoorbeeld door middel van de omgevingsvisie. Aangezien dit gaat over zaken waar inwoners dagelijks mee te maken krijgen, is er vaak veel betrokkenheid.

4. Maak gebruik van de verschillende (maar juiste!) participatiemethoden

Waar we op verschillende niveaus kunnen kiezen voor meer burgerparticipatie, zo heb je die variatie ook in de methoden die je als overheid kiest. Waar inspraakavonden nu worden gezien als de standaard methode voor participatie, heeft (vooral digitale) burgerparticipatie een volledige toolbox aan opties beschikbaar. Participatie is een containerbegrip, dat mogelijkheden biedt voor verschillende situaties en burgers. Wellicht vraagt een project alleen om consultatie, waarbij feedback, enquêtes of polls handige tools kunnen zijn. Andere situaties kunnen om meer collaboratieve methoden vragen, zoals het aandragen van eigen ideeën of participatief begroten. Denk als (overheids)-organisatie goed na over welk type input je graag zou willen. Belangrijk is hierbij ook om te kijken naar het perspectief van de burger. Waar hoogopgeleide burgers liever gaan voor deliberatieve methoden (right to challenge), prefereren midden- en lager opgeleiden liever vormen van directe democratie (referendum). Neem deze informatie mee, zodat je zorgt dat iedereen zich welkom voelt om mee te doen.

Ter afsluiting van de dag werd het eerste exemplaar van de Participatie glossy gedeeld. De online versie vind je hier.


De Dag van de Participatie is een gezamenlijk initiatief van de directie Participatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL), de directie Democratie en Bestuur van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit het programma Democratie in Actie en het Department of Public Administration and Sociology van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

There are currently no comments.